Flarden uit het leven van Siske

Lang geleden, toen ik nog (zonder het te beseffen) genoot van mijn vrijheid, zat ik geheel toevallig in een café. Ik observeerde nonchalant de marginale, troost- en vertierzoekende klanten. De meesten waren druk bezig zicht te pletter te drinken, terwijl ze hun beklag deden over hoeveel pech ze wel hadden in het leven. Een groepje vrouwen maakte nogal wat kabaal. Ze hadden het kennelijk naar hun zin. Een niet onaantrekkelijke jongedame, waarvan ik mij afvroeg wat ze in hemelsnaam zat te doen tussen al die volkse figuren, werd echter plots heel kwaad. Haar vriendinnen probeerden haar te kalmeren maar de situatie escaleerde. Ze gooide verwijten naar iedereens hoofd en werd zelfs agressief. Ze verloor volledig de controle over zichzelf. Een interessant geval van borderline persoonlijkheidssyndroom dacht ik bij mezelf. Ik stond op en vroeg bij de dj een plaatje aan: ‘Borderline’ van Madonna. Als meezingend verliet ik het etablissement. ‘Borderline… feels like I’m going to loose my mind…’ Ik keek naar haar en lachte, maar dan op een manier alsof het echt uit mijn hart kwam, en dat was ook zo. Haar woede helde ietwat over naar vertwijfeling. Ik betrapte er mezelf op dat ik even fantaseerde over hoe ik de demoon, die duidelijk een aangenaam onderkomen in haar gevonden had, zou uitdrijven terwijl zij vastgebonden op bed lag… 

Je hebt zo van die avonden waarop je echt een goede connectie maakt met andere mensen. Heel sociaal ben ik, in tegenstelling tot veel psychopaten, nooit echt geweest, maar een mens leert altijd bij.

 

 

Die dag zat ik op een terrasje in Aalst. Een koppel kwam dichterbij maar aarzelde. Ze overlegden met elkaar of ze nu een terrasje gingen doen of niet. Ze bleven meerdere minuten staan. Waren ze klaar voor deze grote stap in hun leven? Waren ze voorbereid op deze nieuwe fase na ongetwijfeld een leven vol avontuur? Ze fantaseerden over hoe het zou zijn om daar op een stoel zitten en de mensen te kunnen observeren waarbij telkens als ze iemand zagen die ze kenden ze zouden roddels vertellen en negatieve kritiek spuien. Zij hadden het immers zo veel beter gedaan in het leven. Ze namen ook het economische aspect onder de loep. Zouden ze enkel zichzelf moeten trakteren of waren er kapers op de kust? Zouden de kosten opwegen tegen de baten, de afbetalingen in het achterhoofd? Neen, ze stapten door, de tijd was nog niet rijp, de omstandigheden waren niet optimaal. Thuis is het lekker gratis. De rest van de dag fantaseerden ze nog over hoe de wereld er zou uitzien zonder milieuverontreiniging.

 

 

Op een zonnige dag zag ik een man, opgewekt en vrolijk. Hij leek vol enthousiasme door het leven te stappen en bij de minste aanleiding trainde hij zijn lachspieren. De man bleek als het ware…, ja, gelukkig te zijn, heel merkwaardig. De lachende dwaas! Hij stapte een beetje raar, zoals een kind. Hij nam kleine stapjes waarbij zijn voeten iets naar buiten gekeerd waren. De dwaze herken je aan zijn gang. Maar was deze man werkelijk gelukkig en had hij altijd een goede reden om te lachen? Een kinderhand is namelijk gauw gevuld, niet waar? Ik bewoog me in zijn richting en begon een praatje te maken. Het vergde heel wat inspanning mijnentwege om die goede man niet onder te kotsen. “U ziet er heel gelukkig uit, op de lotto gewonnen?”, vroeg ik mijn walging onderdrukkende. “Ik voel me gewoon goed in mijn vel.”, antwoordde hij met een vleugje zelfingenomenheid. Hij was namelijk gelukkig en de andere mensen niet. Deze man, ongetwijfeld van proletarische afkomst, deed mij denken aan een barones die vanuit haar koets neerkijkt op het gepeupel, het gespuis, het schorem en dan haar blik afwendt waarbij ze haar neus ophaalt en een aristocratisch geluidje maakt. Is deze man werkelijk zo gelukkig of zijn z’n maniertjes louter compensatiegedrag? “Mag ik u wat vragen? “Zeker, antwoordde hij vol zelfvertrouwen.” Worstel je vaak met impotentie als je je lelijke vrouw moet penetreren of probeer je aan iets anders te denken; aan jouw incompetente zonen misschien of aan het feit dat je op het werk na al die jaren trouwe dienst maar geen promotie krijgt? Hij stapte plots weg, deze keer weliswaar met iets minder enthousiasme. Bij mij daarentegen, verscheen er een lichte glimlach op de lippen en met enige voldoening vervolgde ik mijn weg. Ik had die dag mijn goede daad gesteld en alweer iemand verlost van een illusie. "De dwaze lacht, de wijze glimlacht."