Siske in een interview door: Bianca Melckebeeck, 38 jaar, psychiater

“Bent u zich bewust van de gevaren? Kent u de regels?”

 

- “Ja, niet voorbij de gele lijn komen, zo weinig mogelijk over mezelf vertellen…”

 

- “Goed. Veel geluk…”

 

Cipier opent de deur…

 

Bezoeker gaat lichtjes aarzelend het celblok binnen.

 

Er staat een stoel klaar.

 

 

“Goedemorgen.”

“Goedemorgen Siske.”

 

 

“Vertel eens… hoe gaat het met u…?”

“Goed.”

 

 

“Goed? Wel dan moet ik bij u in therapie gaan want ik dacht dat het geluk een marketingstrategie, een illusie, een sprookje was, iets waar iedereen heel zijn leven naar zoekt, maar het eigenlijk nooit vindt, maar jij hebt het dus gevonden… .”

“Het leven heeft ook zijn negatieve kanten… .”

 

 

“Aha. Daar ben je dus toch al achter gekomen. Maar wat is volgens jou dan dat fameuze geluk?”

“Leven zonder zorgen.”

 

 

“Het menselijk brein is niet geprogrammeerd om ‘zorgeloos’ door het leven te huppelen maar om problemen op te lossen. Zelfs als er geen problemen zijn dan zullen je hersenen onbewust naar veranderingen en uitdagingen en dus problemen zoeken… Een zorgeloos bestaan leidt tot verveling, verveling leidt tot frustratie, frustratie tot onrust en onrust leidt tot chaos. Dus hoe je het ook bekijkt: altijd problemen."

 

Dat een zorgeloos bestaan, bereikt door materialisme niet tot gelukzaligheid leidt, heb je inmiddels zelf al ondervonden, niet? Hoe je daar zit, vrij gedistingeerd, met rechte rug, je klassieke kledij, je beschaafd accent en je neiging tot oprechtheid, vertellen me dat je uit een stabiel gezin komt. Minstens een van je ouders is hoogopgeleid. Al op vroege leeftijd zat je op de muziekschool of was het paardrijden? Het feit dan je niet onaantrekkelijk bent gaf je al gauw opportuniteiten in je privé-leven, is het niet zo…? Vertel mij eens, ben je al op vroege leeftijd aan een vaste relatie begonnen?”

“Dat zijn uw zaken niet!”

 

 

“Als jij mij niets vertelt, dan vertel ik jou ook niets… antwoord op de vraag aub."

“... Ik was 17”

 

 

“Je bent ermee getrouwd, niet?”

“Ja.”

 

 

“Het is je enige liefde geweest, niet?”

“Ja.”

 

 

“Tot nu toe dan toch. Dankzij hem heb je je zorgeloze bestaan, maar je hebt nooit moeten vechten voor iemand. Door het feit dat je zo vroeg in je leven een vaste relatie had, is er een stuk van je persoonlijkheid dat zich nooit heeft kunnen ontwikkelen. Je bent nu in een belangrijke fase in je leven. Je beseft dat alles vergankelijk is, ook jouw schoonheid, en ’s avonds in je bed lig je te piekeren over je korte leven. Is dit het nu? Heeft het leven niets anders te bieden? Het wordt tijd dat je wat meer avontuur in je leven brengt…en in het bijzonder op seksueel vlak…”

“Wil je zeggen dat ik ontrouw moet zijn?”

 

 

“Is er zoveel verschil tussen effectief je man bedriegen en er elke dag erover te fantaseren? Je fantasieën worden met de dag perverser… hmmmm? (nonchalant) … ik kan er mij ongetwijfeld in terug vinden...”

(stilte)

“Ik wou eigenlijk met je praten over de impact van eenzaamheid op het geestelijk welzijn en de psychopathologieën die er uit voortvloeien…zo helemaal alleen in die cel enzo… “

 

 

“Zelfs al zit ik aan tafel met honderd mensen, eenzaam ben ik altijd, eenzaamheid is mijn beste vriend geworden. Eenzaamheid, iedereen vecht ertegen, is een vast onderdeel van het leven, weinig mensen kunnen dat aanvaarden. Mensen moeten stemmen horen of ze verwelken als een bloem, ze zetten de radio aan, bellen om het even wie met hun gsm of praten in de wc-pot om de echo van hun stem te horen… Het is juist de eenzaamheid die je in staat stelt te groeien want het doet je nadenken."

“De mens is toch een sociaal wezen?” Als die sociale behoefte niet bevredigd wordt, dan krijgen we problemen. Sta mij toe om te zeggen dat jij daar een geknipt voorbeeld voor bent…”

 

 

“Absoluut, maar eens je er achter komt op wat dat sociale leven is gebaseerd, dan is het plezier er snel af. Mijn goede vriend Machiavelli zei altijd: “Alle menselijke relaties zijn gebaseerd op wederzijds voordeel.” Ik heb wel degelijk vrienden, zie je, al zijn ze dan al lang dood."

“Als ik een goede vriendin opbel, dan doe ik dat omdat ik die persoon graag heb, omdat ik graag praat met haar, omdat ik graag haar stem hoor”

 

 

“Echt waar? Je kent haar al lang hé, al van in je schooltijd.

“Ja.”

 

 

“Hoe reageerde zij als je je eerste vriendje had?”

“Euh...” Wat wil je zeggen?

 

 

“Zij was toch ook geïnteresseerd in hem?"

(stilte)

"Dat is nou wat ik zo leuk vind aan trouwfeesten. Ofwel is de vrouw van mijn vriend iets lelijks, iets burgerlijks, iets truttigs… en dan stel ik mij vragen over mijn kennissenkring, over mijn slaafse, belastingbetalende genetisch inferieure vrienden, ofwel is ze mooi en beschaafd en stijlvol… en dan is ze de perfecte vrouw voor, de perfecte vrouw voor mij… want anders zou ik mij moeten verlagen tegenover mijn vriend. Ach, de ironie van het leven..."

 

 

“Hilarisch!”

“Zie je, jouw vriendschappelijke relatie met jouw ‘harstvriendin’ teert op je superioriteitsgevoel ten opzichte van haar. Je ego wordt erdoor gestreeld, jij bent immers de overwinnaar want jij hebt je man van haar afgepakt! Ze is nog steeds alleen hé. Ze is het nooit te boven gekomen. Wat voor een sociaal voelende wezens zijn we toch..."

(stilte)

 

 

"Dat neemt natuurlijk niet weg dat ik graag uw mooie, warme stem hoor… als sociaal wezen dan.” Iedereen had hetzelfde gedaan hoor, je hoeft jezelf niets te verwijten. Je bent geen slecht mens, eerlijk, ik vind je best leuk. Je fijne neus en smalle kin wijzen op een hoge vrouwelijke hormoonspiegel die ongetwijfeld jouw corpus callosum, de zenuwbaanverbinding tussen je linker en je rechterhersenhelft, een pak beter ontwikkeld heeft, waardoor je over uitstekende communicatieve vaardigheden beschikt naast een hoge intelligentie. Je bent gewoon meer vrouw."

"Gelieve mij nu te excuseren, ik moet nog een paar columns schrijven… We zullen het een andere keer hebben over ‘mijn’ psychopathologieën."

“Dat is niet eerlijk, je zou me wat meer over jezelf vertellen…”

“Een andere keer...”

 

Ze kijkt misnoegd

 

 

“chhhhhhh….” (Siske maakt een sissend geluid)

Ze staat langzaam op en stapt weg.

 

 

“Oh ja, je hebt mij je naam niet verteld… .”

“Bianca"

 

 

“Tot deze nacht in je dromen…Bianca”